Het idee dat je met een map vol papieren naar de garage moet, is echt verleden tijd. Voor de APK breng je alleen je auto mee. De rest gaat digitaal. In dit artikel lees je hoe dat werkt, waar de keurmeester naar kijkt en waarom je oude papierwerk thuis mag blijven.
KwikFit
Luuk Hoogezand
Bijgewerkt:
Waarom papieren niet meer nodig zijn
Sinds 2010 haalt de keurmeester de voertuiggegevens rechtstreeks uit het RDW-register. Op basis van je kenteken ziet hij meteen welk type auto je hebt, wat de vervaldatum van je APK is en welke regels van toepassing zijn. Geen gedoe met het kentekenbewijs of oude keuringsrapporten: de identificatie en administratie verlopen digitaal en daardoor sneller en minder foutgevoelig.
Bij garages komen nog vaak klanten ‘voor de zekerheid’ binnen met een mapje papieren. Goed bedoeld, maar echt niet meer nodig. De keurmeester heeft al toegang tot je voertuigdata zodra hij je kenteken invoert.
Hoe je auto wordt geïdentificeerd
De basis van de APK-identificatie is een dubbelcheck: kenteken én chassisnummer. Dat chassisnummer staat ook wel bekend als het VIN (Vehicle Identification Number) en is de unieke “vingerafdruk” van je auto. De keurmeester controleert of het kenteken in het RDW-systeem overeenkomt met het VIN dat fysiek op de auto te vinden is. Klopt dat, dan kan de keuring beginnen. Waar zit dat VIN meestal? Vaak onder de voorruit (zichtbaar op het dashboard), op een plaatje of sticker in de deurstijl aan bestuurderskant, in de motorruimte of bij sommige modellen in de kofferbakvloer. Kun je het zelf niet direct vinden? Geen stress, de keurmeester weet precies waar hij moet kijken.
Wat neem je wel mee naar de APK?
Kort gezegd: je auto en je autosleutel. Je rijdt naar je afspraak, geeft de sleutel af en de keurmeester start de digitale check: kenteken inlezen, gegevens ophalen, VIN verifiëren en keuren. Open jij de auto met je telefoon of sleutelkaar. Vergeet de sleutelkaart dan niet mee te nemen naar je afspraak.