Wanneer je regelmatig naar de Formule 1 kijkt dan weet je dat de keuze van de banden een grote invloed heeft op de prestaties van de coureurs. Als het onverwachts regent tijdens een race vliegt de één na ander uit de bocht, omdat de rubbersamenstelling en het ontbreken van een profiel er gevoelsmatig voor zorgt dat je je op een ijsbaan begeeft. Kies je als coureur voor zekerheid en start je met regenbanden op een droge baan, dan kun je een goede klassering wel vergeten. Daarom kiest het team aan de hand van weersvoorspellingen een uitgekiende bandenstrategie voorafgaand aan de race.
Soms wel. Maar een andere maat monteren kan invloed hebben op je veiligheid, comfort, brandstofverbruik en zelfs je snelheidsmeter. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de breedte of velgmaat te kijken, maar naar het complete plaatje: afrolomtrek, draagindex, snelheidsindex en ruimte in de wielkast. In dit artikel leggen we uit wanneer een andere bandenmaat kan, wanneer je het beter niet doet en welke regels je kunt gebruiken.
Kijk je op de zijkant van je band, dan zie je een hele rij cijfers en letters. "205/55 R16 91H" is zo’n veelvoorkomende bandenmaat. Het ziet eruit als geheimtaal, maar het is eigenlijk gewoon een ID-kaart van je band: hoe breed hij is, op welke velg hij past en hoeveel gewicht en snelheid hij aankan. Hier leggen we stap voor stap uit wat elk onderdeel betekent, en waar je op moet letten als je nieuwe banden zoekt.
Winterbanden zijn in België niet verplicht. Je mag dus met zomerbanden rijden, ook in de winter. Wel worden winterbanden (of all-season met wintereigenschappen) sterk aangeraden zodra het koud, nat of glad wordt. Zeker als je naar de Ardennen gaat of vaak vroeg in de ochtend of laat op de avond rijdt.
In Oostenrijk geldt geen harde winterbandenplicht, maar een situatie-afhankelijke "winteruitrustingsplicht". Dat betekent dat je van 1 november tot en met 15 april winterbanden (of een alternatief zoals geschikte all-seasonbanden) moet gebruiken zodra er winterse omstandigheden zijn. Hieronder vallen sneeuw, sneeuwmodder of ijs op de weg.
In Zwitserland bestaat geen vaste periode waarin winterbanden wettelijk verplicht zijn. In plaats daarvan geldt er een eigen verantwoordelijkheid: je moet je auto altijd veilig kunnen beheersen. Rijd je met zomerbanden in winterse omstandigheden en veroorzaak je hinder, schade of een ongeval, dan kun je (mede-)aansprakelijk worden gesteld en kan een boete of verzekeringsgedoe volgen.
In Frankrijk zijn winterbanden niet overal verplicht. De verplichting geldt alleen in bepaalde berggebieden onder de Franse wet "Loi Montagne" (bergenwet). Elk jaar geldt die winterregel in de periode 1 november t/m 31 maart.
Ieder jaar gaan meer dan een miljoen Nederlanders op wintersport. Frankrijk en Duitsland zijn in trek, maar nummer 1 wintersportland is toch wel echt Oostenrijk. 60% van de wintersporters kiest voor dit land als bestemming voor een sportieve vakantie. In Zwitserland en Italië kun je ook goed wintersporten, maar deze landen zijn wel iets minder populair dan de eerdergenoemde landen.
Twijfel je of je op winter-, zomer- of all-season banden rijdt? Met één blik op de zijwand en een korte profiel-check ben je er. In dit blog leggen we uit waar je het 3PMSF-symbool vindt, hoe je all-season banden herkent én wat het verschil in profiel en lamellen betekent voor grip, remweg en veiligheid.
Kort antwoord: ja. In Duitsland geldt een situatieve winterbandenplicht. Rijd je bij winterse omstandigheden (gladheid door ijs/rijp, sneeuw, sneeuwmodder), dan moeten er geschikte winter- (of all-season)banden onder je auto zitten. Doe je dat niet, dan riskeer je een boete vanaf €60 en een strafpunt. Hindering of gevaar? Dan loopt de boete verder op. Dit geldt óók voor auto’s met een Nederlands kenteken.